Er zijn bij de HEERE geen openingstijden om te bidden. Daarom: "Bid, zoek, klop, volhard!"
Van U zijn alle dingen,
van U o God alleen,
van U de zegeningen,
O Hoorder der gebeên,
Uw liefd' en trouw omringen,
mijn wankelende schreên
En wat w' ooit goeds ontvingen,
het is van U alleen.
Hoe kent Gij al mijn noden,
waarin Gij trouw voorziet!
Gij geeft geen steen voor broden,
een slang voor vissen niet.
Wie komt tot U gevloden,
die Gij geen hulpe biedt?
Gij laat den zondaar noden,
nog eer hij tot U vliedt.